Extra verhalen

15 januari 2020: de Dag van de Elfstedentocht

Op 15 januari 2020 moet in Friesland de eerste Dag van de Elfstedentocht worden gehouden. Niet op het ijs, maar in archieven en musea.

De Elfstedencultuur bestaat uit twee delen: de schaatstocht zelf en het vertellen van verhalen over die schaatstocht. Met het eerste deel hebben we wat problemen, want nog nooit zijn we zo ver verwijderd geweest van een Elfstedentocht. Om de Elfstedencultuur in stand te houden zullen we daarom meer aandacht moeten hebben voor die eeuwenoude verteltraditie – een taak voor archieven en musea. Het was ook het centrale onderwerp van 8070 Dagen.

Een vergeten verteltraditie

Op 27 januari 1917 schreef De Nieuwe Rotterdamsche Courant een artikel over de traditionele verhalen, die in Friesland werden verteld over de schaatstochten langs de elf steden –  de voorloper van de huidige Elfstedentocht. ‘Die naïeve verhalen, voor het volksleven heel teekenend, zijn soms alleraardigst. Om u de waarheid te zeggen, ik voor mij vind ze vrijwat boeiender dan de geijkte sportverslagen met de volledigste opgaven van uren, minuten en seconden.’

De krant kwam met het voorbeeld van een boer, die in zijn leven vier keer deze tocht had gereden: ‘Tweemaal als jongfeint met een paar vrinden, daarna als jonggetrouwd man met zijn vrouw, evenals hij vlug ter schaats, en later nog eens in het gezelschap van een kleinzoon.’ Deze schaatstocht vormde daarmee een metafoor voor het leven van die man. En dat was dan ook precies de kracht van de verteltraditie, besloot de N.R.C.: ‘Zou er telkenmale van zoo grote belangstelling voor den Elfstedentocht blijken, als daaraan niet verbonden waren de overoude traditie en de oude verhalen van de groote kloekheid ter schaats?’

Twee prijzen voor de Elfstedentocht van 1909

Het belang van deze verteltraditie werd door de organisatoren van de eerste officiële Elfstedentocht benadrukt, toen nog De Friesche IJsbond. In de officiële aankondiging voor de tocht van 2 januari 1909 stond namelijk dat er een verguld zilveren medaille werd uitgeloofd voor ‘den deelnemer-volbrenger van den rit, die binnen twee maanden daarna de mooiste beschrijving over dezen Elfstedentocht bij de daarvoor nader te vermelden beoordeelingscommissie inzendt.’

Er waren dus twéé prijzen te winnen: voor de snelste rijder én voor de rijder met het mooiste verhaal over zijn tocht. Uit de vier inzendingen werd Minne Hoekstra uitgeroepen tot winnaar. Hoekstra, afkomstig uit een beroemd geslacht van schaatsenfabrikanten uit Warga, had op 2 januari ook al de Elfstedentocht zelf gewonnen. Zo won hij in 1909 dus twéé keer! In Hoekstra komen de twee verschillende delen van de Elfstedencultuur dus samen.

De Dag van de Elfstedentocht

Sinds 8 februari leven we in het langste Elfstedenloze tijdperk, waarvoor enorme aandacht was in de media, tot aan The New York Times toe. De voornaamste vraag die hierbij werd gesteld is of er ooit een zestiende Elfstedentocht zal komen. Niemand die het weet, want hiervoor hebben we alleen maar een mate van waarschijnlijkheid. De Elfstedenvereniging is in ieder geval maximaal voorbereid voor als de omstandigheden zich ooit zullen aandienen. Voor het schaatsende deel van de Elfstedencultuur draagt zij tenslotte de verantwoordelijkheid.

De verteltraditie van de Elfstedencultuur leeft in ieder geval nog steeds. Na een oproep van De Leeuwarder Courant voor Elfstedenverhalen van lezers kon de krant moeiteloos elf zaterdagse edities én een speciale bijlage vullen. Een vijfurige filmmarathon van Tresoar en Het Fries Film Archief op 8 februari werd door bijna 200 mensen bezocht, waarna er diezelfde avond weer verhalen werden verteld in de Elfstedenhal. Die eeuwenoude cultuur van de verteltraditie houdt zo stand in tijden van klimaatonzekerheid – dat is wel duidelijk geworden tijdens het betreden van het langste Elfstedenloze tijdperk.

Daarom moeten we juist nu meer aandacht hebben voor de verteltraditie. Daarvoor ligt de verantwoordelijkheid niet bij de Elfstedenvereniging, maar bij archieven en musea. Met een jaarlijks evenement op 15 januari, de dag dat in 1909 de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden werd opgericht, kunnen we dat doen. De eerste editie is dan in 2020 als die vereniging precies 111 jaar bestaat. Met verhalen, filmbeelden, bijzondere archiefstukken, digitale exposities – alles wat maar mogelijk is om er een leuke dag van te maken.

Wy pakke it op

Kaatshistoricus Pieter Breuker hield in de hete zomer van 2018 al een pleidooi voor sportgeschiedenis in de archieven. “Ik zou graag willen en ook wel mogen verwachten dat Friese instellingen als de Fryske Akademy en Tresoar het kaatsen en andere Friese sporten als schaatsen, skútsjesilen, polsstokverspringen en het showen van paarden een plaats in hun programma’s en presentaties gaven. Het blijft nu bij een enkel incident, dat zet geen zoden aan de dijk.”

De grote belangstelling de afgelopen weken voor de Elfstedenverhalen tonen aan dat Breuker dit goed aanvoelde. Het Friesch Dagblad peilde dit weekend de mening in Friesland, waarbij directeur Bert Looper van Tresoar enthousiast reageerde op mijn voorstel voor zo’n jaarlijkse Verhalendag over de Elfstedentocht. “Wy steane der posityf tsjinoer. Wy pakke it op.” Ook het Fries Film Archief en de Leeuwarder Courant willen meedoen, zeiden de instellingen toen ik ze hierop aansprak.

Laten we daarom alvast de afspraak maken voor 15 januari 2020 als de Elfstedenvereniging haar 111everjaardag viert. Dat wordt dan de eerste Dag van de Elfstedentocht – behalve als er die dag genoeg natuurijs is om te kunnen schaatsen. Want schaatsen zelf heeft natuurlijk altijd voorrang boven een Verhalendag.