Extra verhalen

Friesland is ook de bakermat van het internationale wielrennen

Schaatsen wordt altijd geassocieerd met Friesland, maar wielrennen niet. Toch komt de oudste melding wereldwijd van een wielerwedstrijd vanuit Friesland!

Officieel werd de eerste wielerwedstrijd ter wereld op 31 mei 1868 in Parijs gehouden, in het Park van Saint-Cloud. Dat was nog wel met de ouderwetse vélocipèdes, want de moderne fiets moest nog worden uitgevonden.

Uit gegevens van Martinus Jongsma uit Surhuisterveen blijkt echter dat er in Friesland nóg eerder wielerwedstrijden zijn geweest. Jan Oreel uit Sint Anaparochie bouwde in 1866 zijn eigen vélocipède en reed daarna tegen buurtgenoten als Sytse Hamstra, Frederik van Duuren en W.H Bierema. Oreel won zo prijzen in Franeker, Beetgum, Wier, Suameer, Hallum, Warga, Sint Jacobiparochie en in verschillende andere Friese dorpen, zo meldt Jongsma.

De gezaghebbende sportschrijver Jan Feith bevestigde deze bijzondere status van Oreel in Het Algemeen Handelsbladvan 27 juni 1933: ‘Wanneer ‘t er om gaat, iets uit de geschiedenis te putten van beroemde sportfiguren uit den ouden tijd — laat ik zeggen uit de periode, waarin de oprichting van den A.N.W.B. zich afteekent, dus voorafgaande aan de „tachtiger jaren” — dan heeft men terug te gaan bijvoorbeeld tot… 1866. Want evengoed als onze Friezen steeds hebben gegolden als de éérste schaatsenwedstrijders, zoodra het daar „wintert”, — zijn het ook onze noordelijke sportlieden geweest, die, wanneer ‘t „zomerde”, hun wedstrijdbegeeren niet vermochten te onderdrukken door elkaar kamp te geven „om prijs en premie” op de, toen nog allerprimitiefste vormen van het rijwiel. Uit genoemd jaar is de klassieke herinnering bewaard gebleven aan Jan. Tj. Oreel’s overwinning op een aantal andere stoere Friesche knapen, tezamen gekomen uit verschillende deelen der provincie, die er, met de klompen aan, lustig op los peddelden.’

En het kan nog ouder, blijkt uit het onderzoek van Jongsma. De wagenmakers Andries Deinum en Durk Driebergen uit Workum hadden in 1863 een onderlinge wedstrijd op een driewieler, ‘gedreven zonder stoom of trekdier’. Zoals Driebergen later zei: “’t Waren houten bakken, twee achterwielen en één voorwiel. In de as van de achterwielen zaten oorspronkelijk twee krukslagen en deze draaiden door middel van twee stangen, die met de handen werden voortbewogen.”

En daarmee is Friesland ook de bakermat van de wielersport.